Kleurenpracht in tuin

WALTERSWALD

De afgelopen drie weken brachten zo’n zeventig mensen uit het hele land een bezoek aan de tuin van Pieter Veenstra uit Wâlterswâld. Hij stelt iedere zaterdag in de zomer zijn tuin open voor bezoekers, tegen de kleine vergoeding van €2,50. “Bezoekers zijn altijd razend enthousiast”, vertelt Veenstra. “Ze vinden het hier prachtig. Soms komen er zelfs bussen vanuit het midden van het land vol mensen naar Wâlterswâld om deze tuin te bekijken.”

De bezoekers hebben gelijk. De tuin van Veenstra is een prachtig stukje natuur, verscholen aan de rand van Wâlterswâld. Zo op het eerste gezicht, vanaf de weg, is er niet veel van te zien. Maar wie eenmaal een voet op het erf zet ziet dat deze tuin met liefde is aangelegd. Over elk struikje en over iedere bloem is nagedacht. De planten, boompjes en struiken komen overal vandaan. Veenstra weet precies waar alles vandaan komt en heeft over iedere plant een verhaal over hoe hij er aan kwam.

“Zie je die boom?” Vraagt Veenstra. “Bij Tuincentrum Appel gekocht een paar jaar geleden, in Damwâld. Hij stond er al een jaar, niemand wilde hem hebben. Toen heb ik hem maar gekocht. Moet je zien wat een enorme soort dennenappels er aan hangen. Vorig jaar waren ze veel kleiner. En zie je hier deze plant? Mensen vragen me vaak wat voor plant dit is. Is een katoenplant, je weet wel, waar ze je kleren van maken.”

Alhoewel de tuin er prachtig bij ligt uit Veenstra wel zijn zorgen over de droogte. “Het is veel te droog geweest de afgelopen maanden. Dat kun je echt zien. Er zijn planten bij die allang in bloei hadden moeten staan. Dat wordt niks meer, dit jaar.” Ook het paradepaardje van de afgelopen jaren, de meters hoge bananenplant, is dit jaar klein gebleven.

Ondanks de droogte is er nog genoeg te zien. Bijen en hommels vliegen af en aan in de tuin met zijn mooie kleurenpracht. “Als je hier in augustus komt, dan tilt het hier op van de vlinders. Dat is ook een prachtig gezicht”, aldus Veenstra.

Veenstra legde de tuin van ruim tweeduizend vierkante meter eigenhandig aan. Hij begon begin jaren ‘90, toen hij voor een groot deel werd afgekeurd voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur. Wie nu in de tuin rondloopt kan niet vermoeden dat de tuin voor die tijd bestond uit louter gras.

Ondanks de grootte van de tuin en de enorme hoeveelheid planten - “ik denk wel zo’n tweehonderd verschillende soorten” - heeft Veenstra niet veel werk van zijn tuin. “Het is een kwestie van bijhouden. Ik heb nog het meest werk van het maaien van het gras.”

Her en der heeft Veenstra bankjes en stoelen in de tuin staan. Op de vraag of hij daar wel eens op gaat zitten om zo even om zich heen te kunnen kijken en te kunnen genieten van de tuin antwoordt hij: “Nooit. Ik hoef maar twee seconden te zitten en ik zie iets waarvan ik denk: daar moet ik even mee bezig.”

De tuin aan de Zandhorst 3 is op zaterdagen te bezoeken van 10.00 tot 17.00 uur.

Johanna Kommerie