Herre Boskma en Liekele de Boer treden toe tot Orde Oranje-Nassau

Damwâld

Twee van de acht scheidende raadsleden in Dantumadiel zijn dinsdagavond koninklijk onderscheiden: Herre Boskma (CDA) uit De Westereen en Liekele de Boer (LLD) uit Damwȃld. Ze zijn beiden nu Lid in de Orde van Oranje-Nassau, nadat burgemeester Klaas Agricola hen de bijbehorende versierselen opspeldde.

“De man met het lange haar”, zoals Agricola Herre Boskma omschreef, heeft in totaal drie aaneengesloten periodes deel van de raad gevormd. “Met het lange haar was je een boegbeeld. Wa kent Herre net?” Hij duidde hem verder aan als rustig, weloverwogen en sociaal met verwijzing naar ook zijn functie bij de Vereniging Agrarisch Landschapsbeheer Dantumadiel (VALD) en zijn rol als sluiswachter bij de Falomsterfeart. Liekele de Boer (LLD) karakteriseerde hij als een betrokken en te onderscheiden man met humor en het hart op de tong. Hij verheelde niet dat De Boer in zijn 12,5 jaar als raadslid, verdeeld over diverse periodes vanaf de jaren negentig, onnoemelijk veel vragen op de gemeente afvuurde. “Vanuit uw rijke ervaring bij het waterschap wees u erop wat er allemaal in het gemeentehuis fout kan gaan, soms drijvend op een ingebakken wantrouwen. U was gedreven en vasthoudend, maar soms te vasthoudend”. Liekele de Boer erkende de visie volmondig. “It kolleezje hat besocht myn fragen nei fermogen te beanderjen. It oantal fragen, en de djipte fan dy fragen, stelden wolris wat te hege easken oan dat fermogen”

Opvallend afscheid

Met de overdracht van een zilveren penning met de eigen naam op de achterzijde en een bos bloemen nam de gemeente ook afscheid van Corry Ludema en Jerrit S. de Bruin van de FNP, Tjerk Dijkstra (CDA),  Remy Teunissen (PvdA), Romke Postma (Dantumadiel ’82) en Leo Blees (ChristenUnie). Alle leden van de zittende raad ontvingen een ingelijst schilderij van een raadsvergadering dat met behulp van digitale techniek is vervaardigd. Vanwege het tenminste twaalf jaar zitting nemen in de raad zouden zowel Jerrit S. de Bruin als Remy Teunissen ook in aanmerking kunnen komen voor een Koninklijke onderscheiding. “Ik hie ek wol in lintsje krije kind, mar wol dat net op grûn fan myn eigen gewisse”, zo gaf De Bruin als enige in het openbaar prijs over zijn weigering. Remy Teunissen volstond in zijn dankwoord met een vergelijking tussen de gemeenteraad en een zeilschip. Na het voorbereiden en volgen van 127 raadsvergaderingen wil hij niet een punt zetten achter zijn politieke interesse. “Ik blijf het volgen, want”, zo besloot hij, “de beste stuurlui staan aan wal”. Leo Blees wil daarentegen de politiek vaarwel zeggen. “Ik ben ooit begonnen als partijloos burger. Dan wordt je gevraagd: kom op de lijst, want je wordt toch niet gekozen”. Na een ietwat naïeve reactie, zo gaf hij grif toe, stemde hij volmondig in met zijn plaats op de kieslijst. Hij heeft naar eigen zeggen vooral veel geleerd over de uiteenlopende motieven aan het raadswerk deel te nemen. Zonder naar zijn werk als voorganger van een kerkelijke gemeente te verwijzen, zei hij nu weer als partijloos burger verder te willen gaan. “U weet allen welk soort werk ik ook nog toe. Ik wil er zijn voor iedereen in ons dorp”. Een enkele tip gaf hij nog wel voor de blijvers en opvolgers: “Het gaat in de politiek niet om het pakpapier en een omhaal van woorden, maar om wat je uitpakt en uiteindelijk overhoudt”. Een opvallend accent kreeg, na acht jaar, het afscheid van Romke Postma. Hij bedankte als enige de collega’s, kiezers en het thuisfront in dichtvorm. 

Campagne

Voorafgaand aan het afscheid keurde de raad de verkiezingsuitslag formeel goed. Wietze Stienstra (nu Gemeentebelangen Dantumadiel, eerder LLD) prees als enige de overwinning van het CDA waarvoor hij alle credit op naam schreef van Jan Jitse Visser. “Ien sprong der by alle kampagnes út. Oeral kamen jo affiches tsjin mei Jan Jitse. Ik waard der net goed fan. Doe’t ik in kear nachts wekker waard, haw ik sels even om de hoeke fan de doar sjoen. Niks te rêden, mar doe lei der in grien kaartsje op de doarmatte: mei…., jim begripe it wol. Doe haw ik in oere op it húske sitten”.
 


Auteur

Jelle Raap