Brand Perneel lost na 100 jaar belofte van zijn vader in

Damwâld

De Belgische militair Jules Perneel vond van 9 oktober 1916 t/m 12 mei 1917 onderdak bij achtereenvolgens de families De Vries en Wiegersma in Dantumawoude. In 1925 bezochten zijn twee gastheren Pieter Ottes de Vries en Andries Foekes Wiegersma samen met diens zwager Johannes Halbesma en ene Van der Werff het West-Vlaamse Lichterveld. Mede door gezondheidsproblemen van Perneels eerste vrouw is het nooit tot een wederbezoek gekomen. Deze belofte werd afgelopen zondag door zijn enige zoon, Brand Perneel, ingelost.

De zondag begon voor Brand Perneel met een bijzondere en emotionele eucharistieviering op de Rooms Katholieke begraafplaats in Dokkum. Pastoor Paul Verheijen haalde in zijn Overweging Mattheüs 25: 35-37 aan: ‘Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.’ Ook vader Jules kwam als vreemdeling ooit in Dantumawoude, waar hij gastvrij werd opgevangen. ’s Middags was er een weerzien met de nazaten van beide gastgezinnen in museum De Sûkerei. Moderator Jouke Dantuma leidde een panelgesprek met Brand Perneel, Filip van Devyvere, Benedict Wydooghe (Heemkundige kring Lichtervelde), Oege Jan Leegstra (voorzitter museum De Sûkerei), Kees Bangma en Sytze de Graaf (zaakkundigen Eerste Wereldoorlog). Brand Perneel vertelde dat zijn vader een sociale inborst had. Bij terugkeer in Lichtervelde trof Jules Perneel zijn huis deels onbewoonbaar aan. Het bewoonbare deel was door vluchtelingen betrokken. Jules en zijn vrouw hadden hiervoor alle begrip en reisden door naar Frankrijk waar zijn schoonouders woonden. Daar zal hij ongetwijfeld het droeve nieuws hebben vernomen dat zijn zwagers Arseen en Oscar waren gesneuveld in het bevrijdingsoffensief. Hij hielp bij hun opgraving om vervolgens de beide mannen in hun geboortedorp Aartrijke te herbegraven. Met enige voldoening luisterden de Zuiderburen naar het verhaal van Oege Jan Leegstra over de voorsprong die de Belgen tegen het einde van de 19e eeuw hadden in de bouw en verwerking van cichorei. Na Engeland was België het tweede land waar de Industriële revolutie door was gedrongen. Droogden de Friezen de cichoreiwortelen nog met turf, de Belgen gebruikten toen al steenkool of cokes. Ook de stalen ‘Asten’ deed in Vlaanderen eerder haar intrede dan in Nederland. De voorsprong van de Belgen gaf aanleiding tot een werkbezoek van een commissie uit Dantumadiel met o.a. Johannes Douwes Halbesma, de schoonvader van Andries Foekes Wiegersma. Ook Lichtervelde werd bezocht. Het was dhr. Depuydt, een goede kennis van de familie Perneel, die de commissie daar vergezeld en geadviseerd heeft. Hoogstwaarschijnlijk door deze contacten vond Jules Perneel later werk op de boerderij van Wiegersma die ook eigenaar was van een cichoreifabriek. Jules Perneel verbleef eerst in het interneringskamp te Harderwijk. Kees Bangma en Sytze de Graaf gaven openheid van zaken over het kampleven dat gebonden was aan strenge regels. Tea van der Zee, vertelde dat Sietske, de jongste dochter van haar overgrootvader Pieter Ottes de Vries aan tyfus leed. Dit is een zeer besmettelijke ziekte. Daarom verruilde Jules Perneel het café-pension van oerpake voor de boerderij van Wiegersma. Uit dankbaarheid voor de getoonde gastvrijheid kregen de ruim 50 aanwezigen een bundel van Brand Perneel cadeau. Deze bundel is samengesteld met o.a. foto’s, brieven, briefkaarten, inleidingen over de Eerste Wereldoorlog en de cichorei. De eerste twee exemplaren werden aangeboden aan Andries Foekes Wiegersma uit Damwâld en Tea van der Zee uit Haarlem.

Auteur

jkommerie