Vervolg SNARE-onderzoek, deelnemers gezocht

DOKKUM

Tussen 2011 en 2015 deden zo’n 1100 leerlingen van het Dockinga College, met vestigingen in Dokkum en Ferwert mee aan het SNARE- onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Utrecht. Nu komt er een vervolgonderzoek, daarvoor is men op zoek naar de leerlingen die destijds meededen. Zij hoeven niet meer ellenlange vragenlijsten in te vullen. Het enige waarom wordt gevraagd is een beetje wangslijm. Beloning: 15 euro.

SNARE staat voor Social Network Analysis of Risk behavior in Early Adolescence. Het doel van SNARE is om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van risicogedrag bij jongeren, zoals roken, het drinken van alcohol en delinquentie, en de rol van leeftijdsgenoten hierin. Om hier inzicht in te krijgen is niet eenmalig een vragenlijst afgenomen op heel veel scholen, maar zijn om de drie à vier maanden dezelfde vragen gesteld aan dezelfde leerlingen op dezelfde scholen. Alleen op deze manier wordt duidelijk hoe het gedrag van jongeren verandert, hoe hun relaties met leeftijdsgenoten veranderen en hoe beide veranderingen op elkaar inwerken.

Een van de onderzoekers is Jan Kornelis Dijkstra uit Dokkum, oud-leerling van het Dockinga College. Hij was verheugd dat zijn oude school wilde meedoen, want het was geen klein onderzoek: “Het onderzoek duurde minimaal twee jaar. Tussen 2011 en 2013 hebben we van alle vier vestigingen de eerste en tweede klassers twee jaar lang drie keer per jaar een vragenlijst voorgelegd; een behoorlijke batterij aan vragen, het kostte de leerlingen telkens een uur.’’

Het onderzoek leverde enkele opvallende conclusies op. Zo was er een opmerkelijke stijging van het gebruik van sigaretten en drank na het eerste schooljaar, op enkele locaties was de toename zelfs erg fors. Dijkstra wijst er op dat de oorzaak hiervan niet zozeer samenhangt met opleidingsniveau, maar ook in huiselijke kring kan worden gezocht: “In de zomervakantie hebben de leerlingen meer tijd om te experimenteren.”

,,We wisten wel dat leeftijdsgenoten een belangrijke invloed uitoefenen, maar met nieuwe methodes op de universiteit konden we de invloedsprocessen in kaart brengen. Doel van dit onderzoek is om beter te begrijpen hoe de processen werken. Zo zagen we dat populaire kinderen wel een hogere status hebben; ga je om met iemand van een hogere status dan gaat je eigen status ook omhoog, maar het is niet bewezen dat het gedrag snel wordt gekopieerd.”

Er zijn diverse patronen ontdekt. Dijkstra: “Soort zoekt soort. Er zijn groepjes waarin meer wordt gerookt en gedronken. Hoe komt dat? Deden ze dat al of is dat gedrag later ontstaan? Wat we ook zagen is dat als hulpgedrag in de klas de groep evenredig is verdeeld de schoolprestaties beter zijn. In het eerste schooljaar vermijden de kinderen die goed presteren de klasgenoten die het minder goed doen. In het tweede jaar zijn er stabielere vriendengroepen en is er een aanpassing in positieve zin te bespeuren .”

Na de eerste twee jaar kwam er subsidie vrij voor een vervolgonderzoek. Dat duurde ook twee jaar en werd gehouden op de locaties Beroeps en Ferwert. En dan nu de derde en laatste stap. Daarin wordt gevraagd om wangslijmvlies af te staan. Met behulp van speeksel brengen de onderzoekers bepaalde genen in kaart die mogelijk een rol spelen in de ontwikkeling van risicogedrag bij jongeren.

Het onderzoek loopt inmiddels. Twee medewerkers zijn begonnen met huisbezoeken. Het verzamelen van het speeksel duurt enkele minuten. De spuug komt in buisjes die op het UMCG worden onderzocht.

De leerlingen van toen hebben inmiddels het Dockinga College verlaten. Een deel is getraceerd, de onderzoekers hopen hen te bereiken middels contact met oud-klasgenoten en aandacht in de media voor het project. Aanmelden kan via www.rug.nl/gmw/snare of snare@rug.nl.


Auteur

Redacteur