Ingezonden: Grondgebonden landbouw als oplossing voor fosfaatproblematiek

REGIO

Europa heeft het fosfaatplan van staatssecretaris Van Dam afgewezen. De agrarische natuurvereniging Noardlike Fryske Wâlden (NFW) ziet in een grondgebonden melkveehouderij een duurzame oplossing voor de te hoge productie van fosfaat door de melkveesector.

De NFW vindt dat er in de discussie rond de noodzakelijke fosfaatwetgeving te weinig wordt gekeken naar de lange termijn. Er is door de overheid een ‘gemiddelde’ en visieloze oplossing gepresenteerd, omdat de belangenbehartiging vanuit de landbouw ernstig verdeelde geluiden liet horen. De uiteindelijk gekozen richting met een peildatum, afroming en verhandelbare fosfaatrechten op basis van de aanwezige koeien, stuitte echter op een ‘nee’ in Brussel. Daarmee lijkt de derogatie van de baan en wacht Nederland extra krimp van de veestapel. Dit heeft enorme gevolgen voor zowel grondgebonden als intensievere bedrijven. Om dit nog te voorkomen heeft Brussel een overtuigende visie van Nederland nodig. Het is nu het moment voor een ‘volhoudbare’ oplossing, voor een duurzaam systeem van voedselproductie. De NFW pleit daarom voor een grondgebonden melkveehouderij in Nederland. Op de keper beschouwd is er maar één goede oplossing: de melkveehouderij moet op korte termijn echt grondgebonden worden. Dit houdt in dat het recht om fosfaat te produceren in relatie moet zijn met de hoeveelheid grond die in gebruik is bij het melkveebedrijf en niet, zoals bij het rechtensysteem, met het aantal koeien op het bedrijf op 2 juli 2015. De oplossingsrichting waarvoor de NFW pleit maakt kringlopen sluitend, stimuleert de weidegang en kan volstaan met een eenvoudige administratie. Het zorgt voor een maatschappelijk geaccepteerde melkveehouderij en het geeft meer ruimte voor weidevogel- en landschapsbeheer. Een systeem van fosfaatrechten in combinatie met een afroming van het aantal koeien zorgt voor een oneerlijke verdeling van de pijn. Hoe je het ook wendt of keert: de bedrijven die met een evenredige verhouding tussen koeien en grond werken, kunnen niet in dezelfde mate verantwoordelijk worden gesteld voor het huidige fosfaatprobleem. En daarbij: het fosfaatoverschot is juist ontstaan door te weinig sturing op de relatie tussen grond en mest van eigen bedrijf. Het is dus cruciaal dat er nu gekozen wordt voor een volhoudbare oplossing. Zo niet, dan dient de volgende ingreep zich op korte termijn aan of is de derogatie direct van de baan. Het argument dat de bedrijven met weinig grond en veel koeien dan onevenredig zwaar getroffen worden omdat ze legaal gegroeid zijn, is niet echt steekhoudend. Het is een keuze die de boer zelf gemaakt heeft. Er zijn collegaboeren die een andere keuze maakten, zij zijn financieringen aangegaan voor groei door middel van grondaankoop. Afroming van koeien en aankoop van fosfaatrechten zou extra zwaar op hun exploitatie drukken, terwijl juist hun werkwijze recht doet aan een verantwoorde groei. Het kan toch niet zo zijn dat de niet-vervuiler betaalt? Laat het duidelijk zijn: wanneer er niet voor de koppeling van fosfaat aan grond wordt gekozen, treft dit de bedrijven die het meest verantwoord produceren onevenredig hard. Nog een laatste argument om de grondgebondenheid nu in te voeren: de toekomst van het gezinsbedrijf staat op het spel. Want door te kiezen voor de mogelijkheid om uit te breiden enkel met de aankoop van rechten, zal de schaalvergroting en intensivering in rap tempo doorgaan. Daarmee zullen veel van de huidige gezinsbedrijven, waarmee één of twee gezinnen de kost verdienen, verdwijnen. We weten inmiddels dat dát een maatschappelijk ongewenste ontwikkeling is. Resumerend is het belangrijk dat er een overtuigende aanpak van het fosfaatprobleem naar Brussel wordt gebracht, om de derogatie in de benen te houden. Het is de allerlaatste kans. Als geen andere oplossing biedt grondgebondenheid de uitkomst die wel geaccepteerd wordt. De invulling moet eenvoudig zijn, waarbij gedacht kan worden aan twee grootvee eenheden per hectare wat geregeld kan worden in de AmvB grondgebondenheid. Deze koppeling zorgt voor de lange termijn voor maatschappelijke acceptatie, duurzame voedselproductie en daarmee perspectief voor de melkveehouderij in Nederland. Attje Meekma, voorzitter Noardlike Fryske Wâlden FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Auteur

jkommerie