Archeologische vondst staat geplande nieuwbouw niet in de weg

Dokkum

Nieuwbouw sportcomplex Tolhuispark kan doorgaan met behoud van archeologische vindplaats in de ondergrond.

DOKKUM - Bij archeologisch onderzoek in het Tolhuispark in Dokkum zijn resten uit de steentijd gevonden. Deze archeologische vondst staat de geplande nieuwbouw van de sporthal op deze locatie niet in de weg. De vondsten kunnen namelijk goed bewaard blijven in de ondergrond. Om de realisatie van het nieuwe sportcomplex in het Tolhuispark mogelijk te maken is er een nieuw bestemmingsplan nodig. In het Tolhuispark was een hoge archeologische verwachtingswaarde en daarom moest er eerst archeologisch onderzoek worden gedaan. Het nieuwe sportcomplex gaat sporthal de Trimmer in Dokkum vervangen. Archeologisch bureau Raap uit Drachten heeft het onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek toonde aan dat er in de ondergrond sprake is van een zogenoemde archeologische vindplaats uit de Steentijd. Meer specifiek gaat het om de periode tussen 12.500 VC (Laat Paleolithicum) en 1.800 VC (Vroege Bronstijd). Zo zijn bij het booronderzoek in de top van het dekzand in totaal 13 vuursteenartefacten gevonden, waaronder een fragment van een microlithische (stenen) spits, die vermoedelijk uit de tweede helft van het Mesolithicum (Midden Steentijd, tussen ca. 9700 en ca. 5000 VC) dateert. Spitsen zijn veelvoorkomende werktuigen die werden gebruikt als scherpe punt op speren en pijlen. In het Mesolithicum werden kleine spitsen (microlieten) ook gebruikt als weerhaakjes in harpoenpunten. Het is niet helemaal onverwacht dat op deze plek in Dokkum bewonerssporen uit de Steentijd zijn gevonden. Het was al bekend dat in die periode in deze regio ook mensen hebben geleefd. Enkele jaren terug zijn bijvoorbeeld in relatief ondiepe zandbodemlagen in de ondergrond in het nabij gelegen Oostrum ook bewonerssporen aangetroffen uit de Steentijd. De bouw van de sporthal kan doorgaan. Het overbouwen van de archeologische vindplaats in de ondergrond is mogelijk als de archeologische ondergrond maar niet wordt verstoord. Dit betekent dat bodemingrepen niet dieper mogen reiken dan 0,8 m -NAP. Verder opgravingsonderzoek is dus niet nodig en de vindplaats in de ondergrond blijft bewaard voor toekomstige generaties. Het aanbestedingstraject is wel met een maand verlengd, zodat inschrijvende partijen de gelegenheid hebben om rekening te houden met de aanvullende eisen.  

Auteur

Marike Van der Molen