Sneeuwstorm opmaat voor zestigjarig huwelijk

DOKKUM - Een sneeuwstorm bepaalde de levensloop van Piet Hania (85) en Roelie Woudsma (83) uit Dokkum, die zestig jaar geleden in het huwelijksbootje stapten. “It hat sa wêze moatten”, zegt Piet Hania in een terugblik op de dag dat hij het ijzer smeedde: 1 april 1951.

“Roelie siet doe by in omke fan har yn it rêsthûs Rêst en Utsjoch oan de rûnwei. Ik sei: ik moat dy mar even thúsbringe, want jo koene amper in meter fier sjen. Dy meter wie foar my krekt genôch. Doe’t se thús wie, krige ik yn de portyk in tútsje dat ik nea fergetten bin”. Beiden waren in die tijd aangesloten bij de gymnastiekvereniging Excelsior.
De zoon van boer Sjoerd Hania en fervent toneelspeelster Sytske van der Woude uit noordelijk Ee en de dochter van boekhouder Jelle Woudsma en Roelofke Terpstra wisselden op 1 december 1955 de ringen in het Admiraliteitshuis. “It Bolwurk waard krekt ferboud”. In het latere museum kwam een menigte af op hun bruiloftsfeest. Het ouderlijk gezin van Piet Hania telde negen kinderen, terwijl Roelie Woudsma twaalf broers en zusters kende. Beiden hadden elkaar ruim voor de verlovingstijd eerder ontmoet tijdens een kort verblijf van gymnastiekclubleden op Schiermonnikoog, maar toen
bleef de klik uit. “Roelie wist my te fertellen dat ik ha doe trakteard haw op twa tonic. Neffens my haw ik de hiele groep doe fan in traktaasje foarsjoen”.
Hun huwelijk werd gezegend met de geboorte van drie zonen en twee dochters. Op dit moment zijn er vier kleinkinderen.
Na het voltooien van de muloschool  kwam Roelie in dienst op het kantoor van een zuster. Nadien werkte ze als gezinshulp. De band met haar zusters is altijd uniek geweest. Ruim een kwart eeuw ging ze elk jaar met haar zeven zusters een weeklang op stap op bijvoorbeeld  Terschelling of de Veluwe.
Piet Hania nam al jong de boerderij van zijn opa Cornelis Hania over. “By ús heit mocht ik sechtjin kij útsykje”. Dankzij puik vee won hij talrijke prijzen zoals een fraai theeservies en een wandklok. In 1965 moest hij tengevolge van de infectieziekte Abortus Bang noodgedwongen afstand doen van zijn productieve veestapel. “Freeslik soks. De boere-kammeraden kamen net mear byelkoar as jo in besmet bedriuw hiene. Us heit hat ek wol kealferlizzers hân. Dat gong samar oer, mar ik moast ôfstân dwaan fan myn kostbere fee. It wiene myn seisde bern”. Dankzij het behoud van jongvee kon hij zijn veestapel geleidelijk weer uitbreiden. Een twaalftal paarden verkocht hij voor het aanschaffen van een
tractor en een cyclomaaier. Naderhand verruilde hij het boerenbestaan voor een baan bij dorpshuis De Nije Warf. “Oberjen is winliken itselde as buorkjen: fuorje en fije”.
Het jarenlange werk voor de kerkelijke jeugdclub, gymnastiekvereniging, zaalvoetballers en schakers leverde hem een koninklijk lintje op. Op schaakgebied is hij nog aldoor heel actief. Zijn echtgenote maakte zich jarenlang verdienstelijk voor organisaties als PCOB en NCVB. Beiden genieten nu veel van het puzzelen. Hij puzzelt graag met cijfers zoals Sudoku en zij met woorden met Zweedse puzzels en doorlopers. Elke zondag is er tijd voor het samen scrabblen waarbij het woordenboek bij twijfel de doorslag geeft.
Foto: Jelle Raap