Ate Atema geknipte echtgenoot voor kapster Tine Smallenbroek

DOKKUM -   Ze spraken af elkaar heimelijk te ontmoeten bij de oude muloschool, maar hij kwam niet opdagen. Tine Smallenbroek wachtte tevergeefs op Ate Atema die zijn opwachting maakte op de stoep van de kapperswoning van zijn latere schoonfamilie. ,,Hy doarst it al gau oan.”

Bij het vieren van het 60-jarig huwelijksjubileum afgelopen dinsdag, komt deze herinnering snel naar boven. ,,Ik haw mar even tocht dat hy echt net komme soe”, vertelt de geboren Dokkumer kapster Tine Smallenbroek (80) over haar ferme liefde voor Ate Atema (86) uit Rinsumageest. Tijdens wandelingen door de stad had ze het oog al op hem laten vallen. ,,De famkes rûnen altyd de famkeskant út en de jonges de jongeskant. Op de Breedstrjitte en Hoekstrjitte kamen wy elkoar twaris tsjin.” Haar hart bonkte toen Ate de kapperszaak met een bezoek vereerde. ,,Ik seach him troch in rútsje en moast gau nei de kassa ta. Us heit hie blykber al wat troch. Lokkich frege hy my op in bepaald stuit.” De jeugdjaren kenmerkten zich door een bepaalde gestrengheid. “As de klok fan de Grutte Tsjerke gie, kertier foar tsienen jûns, dan hiene wy noch in kertier om thús te kommen. Heit neamde dat: 'de klok der gehoorzaamheid'.” Als volleerd timmerman-metselaar nam Atema al voor zijn huwelijk een tweede kloek besluit. Hij kocht de onbewoonbaar verklaarbare woning van Tjerk Hoogeveen aan de Lange Oosterstraat 27 in de Bonifatiusstad aan. Als eerste verbouwde hij dit hoekhuis in het kader van stadsherstel met ogen van verbazing bij veel stadjers. “Hoe krijst it yn ‘e holle?” De onderaannemer legde mede daardoor de basis voor een huisgezin en de broodwinning. Na de tweede wereldoorlog werkte hij mee aan de opbouw van Arnhem. ,,Earst stiennen bikje en dan mitselje, want stiennen wienen der yn ’t earstoan net te krijen.” Met vrachtwagens van het Canadese leger werden de mannen naar Arnhem en het zuidelijker gelegen Maastricht vervoerd. ,,De âldere mannen sieten dan achteryn en de jonges, lykas wy, by de klep. De âlderein hie sa it minste lêst fan de wyn. Wy rûnen dan it lêste ein nei it wurk ta, want dan kamen jo teminsten waarm oan." De zoon van Meindert Atema en IJbeltje Dijkstra en de dochter van Haike Smallenbroek en Doetje Krol stichtten in Dokkum een gezin met zeven kinderen: vier jongens en drie meisjes. Inmiddels zijn er zestien kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. Uniek is dat alle broers en zusters van Ate en de enige veertien jaar jongere broer van Tine nog in leven zijn. De dankbaarheid rond hun jubileum is dan ook groot. In de, eveneens eigen gebouwde, woning aan de Transmûne bleek de brievenbus te klein voor het bezorgen van alle gelukwensen. Dankzij  bestuursfuncties in het verleden, zoals presidente van de vrouwenvereniging Belide en Belibje, ouderling bij de PKN-kerk en lid van het operettekoor, is de kennissenkring groot. Beiden genieten graag van en in de natuur en van de familie. ,,Spultsjes dwaan mei de lytsbern: fan rumnikub oan pesten. De kaarten komme op tafel.” Namens de gemeente verblijdde burgemeester Waanders hen woensdag met bloemen, terwijl ook de Commissaris der Koning en zelfs de koning en koningin zich niet onbetuigd lieten. ,,Kuorkes fol kaarten”. Tot beider verrassing maakte dinsdag een draaiorgelman zijn opwachting voor het huis: ,,In moaie muzikale dei."