Werkstraf en behandeling voor brandstichting

Dokkum - In beschonken toestand had een inwoner van Broeksterwâld in augustus 2013 een kampvuurtje gemaakt op het terras achter zijn woning. Dat liep bijna uit de hand toen een rieten stoel en een regenpijp vlam vatten.

De Broeksterwâldster werd donderdag door de Leeuwarder rechtbank wegens opzettelijke brandstichting veroordeeld tot een werkstraf van 140 uur, plus 100 uur voorwaardelijk. De man had drank op, toen hij op 19 augustus vorig jaar vlakbij zijn woning en de schuur van de buren een kampvuur maakte van schrootjes en plankjes.

De hitte van het vuur was zo heftig dat de rieten stoel, waar de man even daarvoor nog op had gezeten, vlam vatte. Ook een regenpijp begon te branden. De Broeksterwâldster heeft de vlammen zelf geblust. Ook heeft hij eigenhandig de schade hersteld. Eind 2012 had hij een buurman mishandeld, toen deze kwam klagen over geluidsoverlast.

De man kampt met een drankverslaving. Destijds had hij volgens eigen zeggen een terugval. Inmiddels zou het de goede kant op gaan. Tegen de rechtbank zei hij dat hij al veertien maanden droog staat. De rechtbank plaatste hem onder toezicht van de reclassering en bepaalde dat hij een behandeling moet ondergaan.