‘Wy libben altyd yn spanning'

Dokkum - Het gesprek met het diamanten echtpaar Jan Harmsma (85) en Aukje Antje de Vries (86) uit Dokkum gaat al vrij snel over de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin Aukje Antje de Vries als jong meisje heel wat meemaakte. ,,Ik ha der 's nachts noch nachtmerries fan.''

Aukje Antje de Vries was enigst kind. Haar ouders, Sibbele en Trijntje de Vries, gebruikten hun boerderij in het buurtschap Soarremoarre (tussen Akkrum en Aldeboarn) als doorgangshuis voor onderduikers. ,,Wy binne twa kear ferrieden, troch NSB'ers út it eigen doarp'', zegt De Vries. ,,Dy earme jongens wurden fuortfierd nei Dachau.'' De Vries die twaalf jaar was toen de oorlog begon, hielp de onderduikers naar de andere kant van het water te brengen. Ze sliepen slechts een paar nachten op de schuilplaats in het hooi op de boerderij. Daarna gingen ze weer verder, anders was het te gevaarlijk. ,,Ik gie mei de mannen mei yn de wildernis en bracht se te plak. Oars koenen se de roeiboat fan ús heit noait fine.'' Afgeranseld Ook bewaarde ze valse bonnenkaarten in haar kussensloop. Eén keer deed ze de bonnen bij haar hemd in. ,,Ik wist eins net wêrom. Mar dy nacht kamen de Dútsers en se seachen fuort yn it kessensloop.'' Het was december 1944 toen het gezin De Vries voor de tweede keer verraden werd. Met een boomstam dreunden ze de voordeur open. Sibbele de Vries werd door de Duitsers afgeranseld omdat hij niet wilde vertellen waar de onderduikers zaten. ,,Se fregen it ek oan my, mar ik sei precies itselde as ús heit. Dat fûnen se net sa moai. Se frieten al ús oaljebollen op en fernielden alles yn hûs; it behang, de lambrisearring, mar se koenen neat fine.'' Totdat één van de onderduikers hardop droomde in zijn slaap. De schuilplaats werd ontdekt en de familie De Vries sloeg op de vlucht naar Aldeboarn, waar Aukje Antje haar beppe woonde. Het was een barre tocht waarbij ze over sloten moesten springen en soms door het ijs zakten. Bij aankomst moest Sibbele de Vries meteen naar de dokter. Daarna sloeg hij op de vlucht. Aukje Antje bleef met haar moeder in Aldeboarn. Pas na de oorlog werd het gezin herenigd. ,,Wy libben altyd yn spanning. It wie in freselike tiid, mar ik fyn it geweldich wat myn âlders dien ha.'' Úteinde fan de wrâld Na de oorlog leerde Aukje Antje de Vries Jan Harmsma uit Aldeboarn kennen, via de korfbalclub. Hij is de jongste uit een gezin van negen kinderen. Het stel was vijf jaar lang verloofd. ,,Wy koenen net trouwe omdat der gjin hûs wie'', vertelt Jan Harmsma. Toen ze eenmaal een huis hadden gekocht in Aldeboarn duurde het nog twee jaar voordat de bewoners het huis konden verlaten om naar het rusthuis te gaan. Eerder was daar geen plek. Tot die tijd woonden ze bij haar ouders in huis. Daar werd de oudste dochter van het echtpaar geboren. Later volgden er nog twee zoons en een dochter. Harmsma begon zijn carrière als timmerman, net als zijn vader. Later werd hij technisch ambtenaar weg- en waterbouw bij de gemeente die toen nog Utingeradeel heette. Na acht jaar wilden ze graag verhuizen omdat de kinderen naar een andere school moesten om verder te studeren. Op dat moment stond er een advertentie in de krant van de gemeente Dokkum, waar ze een technisch ambtenaar vroegen. ,,Minsken seinen tsjin ús: dat is it úteinde fan de wrâld. Dêr moatte jim net hinne hjer.'' Toch durfde het jonge stel het aan in 1965 naar Dokkum te verhuizen en heeft daar nooit spijt van gehad. ,,Yn it begjin wie it wol wennen. Mar wy binne geweldich opfongen troch de minsken yn Dokkum. De âlde mevrouw Harms hat my der troch skuort. Sy sei: do moatst by de frouljusferiening en ik helje dy op'', vertelt mevrouw Harmsma. Door de herindeling van de gemeenten in Dongeradeel kreeg Jan Harmsma op 54-jarige leeftijd ontslag. Hij moest er samen met elf collega's uit omdat hij te oud was. ,,Ik krige wachtjild oant myn 65ste. Mar dat is sântich prosint, dus de kop bist kwyt. Boppedat stu-dearren en de bern, dus it wie in djoere tiid.'' Harmsma heeft nog anderhalf jaar bij de gemeente Achtkarspelen als technisch ambtenaar gewerkt, maar dat was tijdelijk. Noodgedwongen pakte hij zijn oude vak als timmerman weer op en verbouwde alle huizen van zijn kinderen. ,,Ik wy bliid dat ik wat te dwaan hie. Dat is better dan thús sitte.'' Daarnaast was hij altijd actief bij voetbalvereniging Be Quick Dokkum, waar hij in 2000 zelfs werd uitgeroepen tot erelid. Hij begon als leider, zat later in het bestuur en heeft zo'n tweehonderd reclameborden voor de club gemaakt. Steun en toeverlaat Mevrouw Harmsma die in Aldeboarn zelf een modevakschool had, pakte haar beroep in Dokkum weer op. Bij Het Bolwerk en later in de Abdij gaf ze cursussen handwerken voor bejaarden. ,,Dat ha ik fjirtich jier dien. In prachtige tiid. De sosjale kontakten fan de froulje wienen it belangrykste.'' Nog altijd wil ze graag handwerken, maar haar hand werkt niet meer mee. Ook heeft ze rugklachten en haar schildklier is verwijderd. Ze krijgt thuiszorg en haar man is elke dag haar steun en toeverlaat. Behalve op zaterdag, dan zijn de kinderen om de beurt bij hun moeder zodat Jan Harmsma een dag vrij heeft. Eén van de andere kinderen gaat dan een stuk met hem rijden of ze gaan naar een voetbalwedstrijd. ,,Dat kin tanksij de bern. It binne allegear skotten.'' Tekst en foto: Klasina van der Werf Zie ook het Nieuwsblad Noordoost-Friesland van vrijdag 30 mei 2014.