Rechtbank wil doodsoorzaak weten in fatale ghb-zaak

Leeuwarden - De Leeuwarder rechtbank wil weten wat de exacte oorzaak is van het overlijden van de 21-jarige Mink Joustra uit Dokkum, in de nacht van 29 januari.

Het slachtoffer overleed nadat hij met twee stadgenoten in Leeuwarden was geweest. De Dokkumer had ghb gehad. De rechtbank deed geen uitspraak in de rechtszaken tegen de twee Dokkumers (33 en 36 jaar). Twee deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kwamen niet tot een eenduidige conclusie met betrekking tot de doodsoorzaak. Een patholoog en een apotheker van het NFI concludeerden dat zowel onderkoeling als een overdosis ghb kan hebben geleid tot het overlijden van het slachtoffer. Alvorens uitspraak wordt gedaan in de zaken tegen de Dokkumers wil de rechtbank beter geïnformeerd worden over de exacte doodsoorzaak. De twee zaken werden aangehouden. De rechtbank vindt dat een 23-jarige Leeuwarder geen schuld heeft aan het overlijden van de Dokkumer. In de woning van de Leeuwarder had het slachtoffer die avond een beetje ghb gehad. Om de wrange smaak van de partydrug weg te spoelen, nam het slachtoffer een slok uit een frisdrankfles. Hij wist niet dat daar ook ghb in zat. De Leeuwarder zei dat hij de ghb uit moest spugen en zijn mond met water moest spoelen. De Leeuwarder wist niet hoeveel ghb het slachtoffer had ingeslikt. Toen hij geen abnormale reacties vertoonde, ging het slachtoffer met de andere twee verdachten terug naar Dokkum. Onderweg viel de man in de auto in slaap. De andere verdachten slaagden er niet in hem wakker te krijgen. Ze belden nog met de Leeuwarder, die adviseerde het slachtoffer in de stabiele zijligging te leggen en geregeld zijn pols te controleren. Terwijl ze in de woning van de 36-jarige waren lieten de verdachten het slachtoffer in de auto liggen. Het vroor die nacht een paar graden. Een paar uur later voelde het slachtoffer koud aan en had hij geen hartslag meer. De verdachten zijn nog met hem naar het ziekenhuis gereden, maar het was al te laat. De Leeuwarder heeft gedaan wat van hem werd verlangd, vindt de rechtbank. Zijn 'zorgplicht' eindigde toen het slachtoffer en de verdachten zijn woning verlieten. Er is in het geval van de Leeuwarder geen sprake van 'een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid', vindt de rechtbank. De man werd vrijgesproken. Hij werd overigens wel veroordeeld voor het bezit van harddrugs. Daarvoor moet hij vier weken zitten.