Damwâldsters gingen door met dealen na veroordeling

Damwâld - Straffen die door de rechtbank worden opgelegd, maken niet op elke verdachte indruk. Dat bewees een 21-jarige Damwâldster door gewoon door te gaan met drugs te dealen terwijl hij door de rechtbank was veroordeeld voor precies hetzelfde delict. De Damwâldster moest zich donderdag opnieuw voor de rechtbank verantwoorden.

Op 10 december vorig jaar kreeg de Damwâldster twee maanden onvoorwaardelijke celstraf opgelegd en een half jaar voorwaardelijk, onder andere voor het dealen van xtc. Donderdag bleek dat hij gewoon was doorgegaan met gebruiken en, volgens officier van justitie Roelof de Graaf, ook het verkopen van xtc, speed en wiet.

Een tweede verdachte , een 19-jarige inwoner van Damwâld, werd drie dagen na zijn dorpsgenoot opgepakt op 25 mei. Ook hij werd eerder veroordeeld voor dealen: op 12 september kreeg hij, toen nog van de kinderrechter, drie maanden voorwaardelijke celstraf opgelegd. De officier van justitie is ervan overtuigd dat beide verdachten gewoon zijn doorgegaan met dealen.

De verdachten denken daar anders over: ze beweerden allebei dat ze niet echt hebben gedeald. Ze kochten wel drugs, maar er was meer sprake van verstrekken aan vrienden dan van verkopen. De 21-jarige had samen met een vriend 80 xtc-pillen van de andere verdachte overgenomen, maar hij zou er nooit voor hebben betaald.

De 19-jarige beweerde dat de enorme voorraad pillen, volgens de andere verdachte ging het om wel 160 stuks, in eerste instantie voor eigen gebruik was. 'Ik gebruik vrij veel', zei hij. In de periode dat hij gedeald zou hebben, volgde hij in opdracht van de rechtbank een cursus over het gebruik van verdovende middelen. De cursus zou hem wel aan het denken hebben gezet, maar hij vermoedde dat de lessen niet lang genoeg zijn blijven hangen.

De officier eiste voor hem vier maanden cel en zeven maanden voorwaardelijk. Van twee voorwaardelijke straffen, drie maanden gevangenisstraf en 80 uur werkstraf, wil de officier dat rechtbank die omzet in onvoorwaardelijke straffen. Verder zou de Damwâldster onder strenge toezicht van de jeugdreclassering moeten komen en zou hij tijdens de eerste zes maanden van de proeftijd een elektronische enkelband moeten krijgen.

De 21-jarige wordt er ook van verdacht dat hij in maart zich schuldig heeft gemaakt aan potloodventen. Op 7 en 12 maart zou hij in zijn woonplaats tot twee keer toe zijn geslachtsdeel hebben getoond aan medewerksters van Thuiszorg. Op 12 maart werd hij opgepakt omdat hij voldeed aan het signalement van de potloodventer. De officier kwam tot de conclusie dat het bewijs te mager was en dat de Damwâldster vrijgesproken zou moeten worden. Voor het dealen eiste de officier 13 maanden cel waarvan zes voorwaardelijk. Verder zou de Damwâldster reclasseringstoezicht moeten krijgen en zou hij, net als zijn dorpsgenoot, een drugs- en alcoholverbod moeten krijgen.

De Leeuwarder rechtbank doet op 18 september uitspraak.