Brughoogte en waterdiepte (week1)

Is de brug hoog genoeg voor mijn sloep of mijn kruiser?

Een niet onbelangrijke vraag voor een tochtplanning. Maar ook een vraag die op examens KVB grote problemen oplevert. Stel je voor dat op de onderstaande foto in plaats van de stuw een sluisje ligt met daarachter een bruggetje.

Waterdieptes en brughoogtes zijn op kaarten altijd aangegeven ten opzichte van het kanaalpeil (ook wel streefpeil of stuw peil).

Het kanaalpeil of streefpeil is het peil dat door het waterschap wordt nagestreefd. Dat is dus de normale toestand. Het kanaalpeil (KP) wordt aangegeven t.o.v. NAP. Het KP van een vaarwater vindt je in de Almanak. Het werkelijke waterpeil is, bijvoorbeeld door bemalen, spuien of door windopzet, variabel .

Het werkelijke waterpeil kun je aflezen op de blauw witte peilschalen die vaak voor bruggen en sluizen staan. Dit peil wordt aangegeven in centimeters. T.o.v. NAP.

In de almanak heb je gevonden dat het kanaalpeil of streefpeil voor de sluis NAP -60 is. Na de sluis is het streefpeil NAP - 40. De brughoogte is 12 (brughoogtes worden altijd in decimeters t.o.v. het KP gegeven)). Op de foto ziet je dat het werkelijke waterpeil voor het ‘sluisje’ NAP – 80 is en na het ‘sluisje’ NAP -30.

Dit is een breinkraker: hoeveel moet je opschutten bij de gegeven kanaalpeilen en kun je onder het bruggetje door als je kruiphoogte 1 meter is. Dus zonder verhoging of verlaging.

Nu kom je aanvaren en je zie dat het actuele waterpeil voor de sluis NAP – 80 is en na de sluis NAP -30.

Hoeveel moet je nu opschutten en kun je onder het bruggetje door? Zo ja, hoeveel ruimte heb je nog?

Reageren naar john@wijsmetvaarbewijs of via www.wijsmetvaarbewijs.nl

Deze column vind je elke week terug op de site van de Nieuwe Dockumer Courant en de Kollumer Courant.