Pimpelmees in opmars en vink zakt af, maar niet in de tuin van Harold Slomp

De Feanwâldster telde zaterdagochtend voor de zesde keer mee. Vinken, die volgens de eerste landelijke tussenstand minder worden gezien, staan bij hem juist pal bovenaan. ,,En, ook opvallend: geen enkele mus.”

Hoewel de omstandigheden bij Slomp musvriendelijk zijn. ,,We hebben dakpannen waaronder ze goed kunnen nestelen.”

Insectenhotels

Sowieso houdt hij in de tuin rekening met insecten en vogels. Er staan insectenhotels, zomers veel bloemen en ’s winters een gevuld voederhuis.

In het half uur dat Slomp zaterdag vanuit zijn stoel telde – langer mag niet, volgens de regels van de Vogelbescherming – kwam hij op bijna veertig vogels. ,,Er zit hier maar één roodborst, want die dulden elkaar niet, en als ik die drie keer zie terugkomen, moet ik hem drie keer tellen.”

Negeren

Overvliegende vogels die geen fysiek ‘contact’ maken met de tuin negeert hij – al zijn hier de meningen onder tellers over verdeeld.

Slomp fotografeert ook, maar had daar nu geen tijd voor. ,,Dan moet je snel zijn. Vooral bij gaaien, die hebben je zo in de gaten.”