Aardappelziekte bruinrot bij akkerbouwer in Noordoost-Friesland

Bij een partij pootgoed van een akkerbouwer in Noordoost-Friesland is bruinrot vastgesteld, de eerste vondst van deze quarantaineziekte dit jaar.

De gedupeerde boer moet de besmette partij vernietigen en mag de resterende oogst niet verkopen als pootgoed. Hij moet het afzetten in de consumptie- of veevoermarkt, waar de prijzen veel lager liggen. Op het perceel waar het besmette pootgoed is geteeld, mogen gedurende 5 jaar geen aardappelen geteeld worden.

De besmetting is aangetroffen in een partij Taurus-aardappelen, een ras van aardappelhandelshuis HZPC in Joure. Nader onderzoek van de NVWA en keuringsdienst NAK heeft niet geleid tot nieuwe vondsten. Over de oorzaak tasten beide instanties nog in het duister. ,,En dat is frustrerend”, verklaart HZPC-directeur Gerard Backx. ,,Teler en sector blijven met veel vraagtekens zitten. Hoe heeft dit kunnen gebeuren. Wij willen allemaal graag naar nul besmettingen, maar ieder jaar steekt de ziekte toch weer de kop op.”

Voor de belangrijke export heeft de bruinrot vooralsnog geen gevolgen, omdat Nederland besmettingen in pootaardappelen snel weet op te sporen, zegt Backx. Volgens de HZPC-directeur is circa 85 procent van de pootgoedtelers in Nederland via Potatopol verzekerd tegen bruinrot.

De meest voorkomende besmettingsbron van de aardappelziekte is oppervlaktewater. Om die reden mogen telers al vele jaren hun pootgoed niet beregenen met dit water.