Een passievol avontuur in kinderopvangland

Kollum

Als wildvreemde maakte ze haar entree in de wereld van de kinderopvang. Zeventien jaar later en een schat aan ervaring rijker neemt Marja van der Plaat afscheid als directeur-eigenaar van TIKO. ,,Ik heb het reuze naar m’n zin gehad en heb heel veel respect voor de loyaliteit en betrokkenheid van de mensen die bij TIKO werken.”

Officieel droeg Van der Plaat (63) op 1 januari het stokje over aan André de Jong. In de voorbije weken was ze nog actief bij TIKO, om onder meer ‘hier en daar nog wat bij te springen’ en de overdacht geleidelijk tot stand te brengen. Met een feest voor het personeel kwam er vrijdag écht een einde aan de werkzaamheden. Van der Plaat vertrekt met een gerust hart. ,,Ik heb alle vertrouwen in mijn opvolger. TIKO is een prachtmooie organisatie die staat als een huis.”

Dat de welbespraakte Marja van der Plaat aan het begin van dit millennium aan het roer zou staan van een kinderopvangorganisatie, had ze eind vorige eeuw niet kunnen bevroeden. Ze woonde en werkte - bij de vrouwenhulpverlening - in de Randstad. Haar echtgenoot had het wel gezien in het Westen en wilde per se verhuizen. ,,We kwamen steeds weer bij Friesland uit”, aldus Van der Plaat over de periode van de zoektocht naar rust en ruimte.

En dus streken Van der Plaat en haar partner uiteindelijk ook neer in deze provincie. ,,Voor mij was dat best wel spannend. Ik ging daar weg zonder een nieuwe baan”, blikt de van oorsprong in Gelderland opgegroeide Van der Plaat terug. Ambities waren er zeker. ,,Ik wilde graag doorgroeien naar een leidinggevende functie.”

Na een eerst een tijdje bij een van de voorlopers van opvangorganisatie Fier Fryslân actief te zijn geweest, belandde Marja van der Plaat in 2001 op de directeursstoel van de Stichting Kinderopvang Achtkarspelen (SKA). Op de vraag van een arbeidsbemiddelaar ‘of een functie in de kinderopvang iets zou zijn’ antwoordde Van der Plaat positief. Maar ze was volledig verrast toen ze tijdens het eerste ‘leuke gesprek’ hoorde dat het om de functie van directeur ging. ,,Ik schrok me wezenloos. Maar ik had niets te verliezen.”

Ondanks het feit dat kinderopvangland voor Van der Plaat volslagen onbekend terrein was, kreeg ze de baan toch. Met haar culturele opleiding ging ze aan slag in een kantoortje boven kinderdagverblijf Bommelstein in Buitenpost. Dat was één van de in totaal vier locaties die SKA destijds telde. De start was moeizaam. De financiële situatie van de stichting was slecht. ,,Er kwamen geen inkomsten binnen.” Daarnaast speelden de aangescherpte veiligheidseisen de organisatie parten en lag er nog een doelstelling van een bepaald aantal opvangplekken op tafel.

Met veel doorzettingsvermogen wist Van der Plaat met haar team uit de malaise te geraken. Middels de realisatie van De Kindertuin in Surhuisterveen werd invulling gegeven aan de eis voor het minimale aantal kindplaatsen. Om de bezettingsgraad te laten stijgen, was de invoering van de Wet Kinderopvang in 2005 een uiterst welkome maatregel. ,,Dat is ons geluk geweest”, aldus Van der Plaat. ,,Door de wet kwam het geld gewoon bij de ouders terecht, waardoor de opvang goedkoper en toegankelijker voor hen werd.”

De trend omhoog kon ook gestalte doordat de stichting steeds meer ouders ervan wist te overtuigen dat kinderopvang niet louter voor vermogenden was weggelegd. ‘Het is niet voor ons soort weggelegd’, zo kregen Van der Plaat c.s. talrijke malen te horen. ,,Ze dachten dat alleen rijke mensen het zich konden permitteren. Dat was vroeger wel zo. Tegen dat beeld hebben we moeten knokken. Echt bizar.”

Daarnaast was er een imagoprobleem waarmee de SKA werd geconfronteerd. ,,Het verhaal was dat de centra er zijn voor slechte moeders. Die dumpen hun kinderen in de opvang en dat is zielig.” De stichting wist door onder andere kijkdagen te organiseren een draai aan de beeldvorming te geven. ,,Wat is het hier leuk”, zo luidden de reacties. ,,Er is helemaal geen sprake van een hok vol met krijsende kinderen.”

Na het uitbreken van de economische crisis in 2008 moest de SKA opnieuw alle zeilen bijzetten om te overleven. ,,Iedereen viel om in opvangland. We hebben het personeel destijds ook verzocht om naar ander werk uit te kijken”, vertelt Van der Plaat. Op een kleine overheadinkrimping na heeft Van der Plaat nooit mensen van de groepsleiding hoeven te ontslaan. De scheidend directeur hield bij haar beleid ook altijd rekening met mindere tijden. ,,Het gaat nu goed, maar het kan volgend jaar slechter gaan. Van die strategie ben ik altijd uitgegaan.”

In 2014 wachtte de SKA opnieuw een grote uitdaging: de overname van het failliet verklaarde Amarins Kindercentra. De stichting nam een groot deel over van Amarins. ,,Het is allemaal goed uitgepakt. Het was zeer spannend; we waren aartsrivalen”, stelt Van der Plaat. Er werd een nieuwe naam gekozen: TIKO (Thuis In KinderOpvang). De onderlinge verbondenheid tussen de beide ‘bloedgroepen’ is volgens Van der Plaat enorm. TIKO ging in de bedrijfsvoering verder met de informele werkwijze die bij SKA werd gehanteerd. ,,Wij leggen alles op tafel. Ik geloof altijd in transparantie en volledige openheid.”

Door de overname van Amarins kwam Van der Plaat aan het roer te staan van een organisatie met meer dan honderd medewerkers. ,,Toen ik begon waren er dertig mensen in dienst. Nu zijn het er 120. Dat is een verviervoudiging.” Het aantal kinderen dat momenteel de diverse TIKO-locaties bezoekt, bedraagt rond de 1650. ,,Dat is een enorm groot aantal.”

Om SKA en TIKO te kunnen runnen, investeerde de scheidend directeur-eigenaar ook flink in zichzelf en ontwikkelde ze zich door. Zo volgde ze onder meer een opleiding bedrijfskunde. Met de medewerkers zegt Van der Plaat het ‘ont-zet-tend getroffen’ te hebben. ,,Ze gaan volledig voor hun werk en hebben veel kennis op pedagogisch gebied. Iedereen doet het voor de kinderen.” Typerend voor de loyaliteit vindt Van der Plaat de maatregelen die het personeel bedacht om de economische crisis van 2014/2015 door te komen. ,,Ze kwamen met voorstellen die ikzelf waarschijnlijk nóóit op tafel had durven leggen...”

Dat Van der Plaat de TIKO-periode achter haar laat, heeft te maken met haar echtgenoot die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Ze wil graag met hem deze stap maken. Over de opvolging heeft Van der Plaat meer dan een jaar nagedacht. De cruciale vraag voor haar was of TIKO aansluiting moest krijgen bij een grotere kinderopvangorganisatie of dat een particuliere ondernemer het zou overnemen en in haar geest voortzet. Het werd de laatste optie, ondanks het feit dat er volop interesse voor TIKO was.

André de Jong (47) uit Surhuisterveen neemt het stokje over. In De Jong - hij was ruim tien jaar financieel adviseur en accountant van TIKO en heeft zijn kroost op De Kindertuin in Surhuisterveen gehad - heeft Van der Plaat het volste vertrouwen. ,,TIKO is een mooie organisatie met mensen die happy zijn met hun werk. Dat wil ik niet te grabbel gooien. Ik wil graag dat TIKO blijft zoals het is. Dat zal bij André zeker het geval zijn. André redt het wel. Hij heeft zijn persoonlijkheid ook mee.”

Wat Marja van der Plaat zelf de komende periode allemaal gaat doen, weet ze nog niet. ,,We hebben helemaal nog geen plannen gemaakt. Dat komt nog wel. Ik laat het op mij afkomen.” Dat was rond de eeuwwisseling ook het geval bij de overstap van de Randstad naar het Friese land. Het is haar hier goed bevallen en dat is nog steeds het geval. En het beeld dat Friezen star en gesloten zouden zijn, daar heeft Van der Plaat niets van gemerkt. ,,Het tegendeel is waar. Niks stug. De mensen hier gaan ervoor en zijn emotioneel betrokken. Daarom hebben we samen ook zoiets moois kunnen opzetten.”

Tekst en foto: Atze H. van der Ploeg


Auteur

jkommerie