DNA-materiaal op dekbedhoes niet genoeg voor veroordeling

Surhuisterveen

Een 21-jarige inwoner van Den Dolder (Utrecht) is maandag vrijgesproken van betrokkenheid bij een inbraakpoging in Surhuisterveen, in de nacht van 1 november vorig jaar. Er was DNA van de verdachte bij de inbraak gevonden, maar dat vond de rechter niet genoeg om tot een veroordeling te komen.

Een buurtbewoonster was 's nachts wakker geworden van het lawaai dat de inbrekers produceerden. De getuige zag drie man, die op een ruit van de winkel aan de Kolk in Surhuisterveen ramden. De inbrekers probeerden met een voorhamer en een kei een ruit kapot te slaan. Dat was deels gelukt, er zat al een gat in het raam. Toen de getuige alarm sloeg, gingen de inbrekers er vandoor. Eentje zag nog kans om zijn middelvinger op te steken naar de buurtbewoonster. Bij de kapotte ruit vond de politie een paar tassen en een dekbedhoes, vermoedelijk bedoeld om de buit in te stoppen. Op de dekbedhoes werd DNA-materiaal van de Utrechtenaar gevonden. Die werd aangehouden en aan de tand gevoeld. De politie werd niet veel wijzer van de man, hij beriep zich op zijn zwijgrecht. Officier van justitie Charlotte Cromwell vond het DNA-bewijs voldoende om de verdachte te naar de gevangenis te sturen. Omdat de Utrechtenaar vaker is veroordeeld voor soortgelijke feiten, eiste de officier vier maanden cel. De verdachte ging echter vrijuit: de rechter oordeelde dat enkel de aanwezigheid van het DNA onvoldoende was om de verdachte te veroordelen. Het was volgens Schoemakers anders geweest als er bijvoorbeeld bloed van de Utrechtenaar op de plaats delict was gevonden. De rechter noemde een dekbedhoes 'een verplaatsbaar object', er was verder geen bewijs waarmee de hoes aan de inbraak gelinkt kon worden.

Auteur

jkommerie